Deelnemende kunstenaars 2010

--------------------------------------------------------------------------------------



Wim de Bie

Wim de Bie (1939) is schrijver en programmamaker. Na een decennialange samenwerking met Kees van Kooten - die resulteerde in een stroom tv-programma's, boeken, platen en Bescheurkalenders - is De Bie sinds 2001 voor de VPRO op internet actief.
Zijn weblog Bieslog werd door de Nipkowjury in 2005 bekroond met de Prichettprijs. Momenteel bekleedt hij de functie van Nationale Mental Coach 2010 en verspreidt hij zijn adviezen via een VPRO-site en diverse sociale netwerken. www.wimdebie.nl.
Op de manifestatie Kunst & Koningsduin zal hij voorlezen uit zijn laatst verschenen boek: Meneer Foppe en de hele Reutemeteut (Uitgeverij De Harmonie, 2009). Korte verhalen over 'de verlegenste man van Nederland' en het moderne leven Anno Nu.


Wil van Blokland

Beeldend kunstenaar, keramische beelden
Kracht, eenvoud en kleur, soms ingehouden maar soms ook uitbundig, typeren het werk van Van Blokland, die in 25 jaar een opvallend oeuvre heeft opgebouwd. Uit haar vroege werk spreekt soberheid, maar dan in een confrontatie tussen materialen als steen en glas versus klei. In de recente serie ‘No Concept ‘ maakte zij bewust beelden die geen directe associaties oproepen, maar daagt ze mensen uit te kijken met een open, vrije geest om zelf het beeld te ervaren en verbindingen te leggen. De keramische beelden van Wil van Blokland laten ruimte vrij om na te denken over gevoelens, relaties en wat mensen bindt. Het glimlachproject dat in 2008 is ontstaan en nog verder ontwikkeld wordt, is daar een goed voorbeeld van (zie de website).
Voor Kunst & Koningsduin laat zij de installatie Lágrimas Negras zien.
De installatie Làgrimas Negras bestaat uit 14 paarlemoeren en zwarte uitvergrote tranen, ontstaan uit het gelijknamige Cubaanse lied over het uit elkaar gaan van geliefden.
www.wilvanblokland.nl

Pieter Boskma

Pieter Boskma (Leeuwarden, 1956) studeerde onder meer Nederlands, Engels, Indonesisch en antropologie, en was enige jaren werkzaam als conservator van het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden. Na zijn debuut Quest (1987) wijdde hij zich volledig aan het schrijverschap. Eind jaren tachtig maakte hij samen met Joost Zwagerman, Tom Lanoye en anderen deel uit van de spraakmakende dichtersgroep ‘De Maximalen’. Sinds zijn debuut publiceerde Boskma nog negen dichtbundels, waaronder Simpel heelal (1995), In de naam (1996), Het zingende doek & De geheime gedichten (1999), Puur (2004), en Het violette uur (2008), alsmede de novelle Een foto van God (1993), het omvangrijke roman-gedicht De aardse komedie (2002), de verhalenbundel Westerlingen (2006) en diverse bibliofiele dichtbundels i.s.m. beeldend kunstenaars. Verder verscheen zijn werk in vele kranten en tijdschriften en in meer dan honderd bloemlezingen. Vanaf de oprichting tot eind 2003 maakte Boskma deel uit van de redactie van het poëzietijdschrift Awater. In 2006 verscheen Altijd weer dit leven, een royale selectie uit al zijn dichtbundels, gekozen en van een uitvoerig nawoord voorzien door Joost Zwagerman. Enige tientallen van Boskma’s gedichten werden vertaald in onder andere het Engels, Frans, Fries, Duits, Italiaans en Chinees. In september 2010 verschijnt zijn nieuwe, ruim 300 pagina’s dikke dichtbundel Doodsbloei.

William Dashwood

William Dashwood (1948) is mimespeler en muzikant. Hij studeerde Mime Corporel in Parijs, waar hij les kreeg van Etienne Decroux. De afgelopen dertig jaar gaf hij mimelessen en trad hij op in Europa, Noord Amerika en Taiwan (het Nationaal Theater).

Voor Kunst & Koningsduin zal hij het bewegingsstuk De Alchemist spelen, in de stijl van de Mime Corporel. De oude alchemist zoekt naar het geheim van de eeuwige jeugd. De jonge alchemist wil lood in goud veranderen. Beiden zoeken op hun eigen wijze naar het antwoord, maar beiden zullen onafwendbaar mislukken
www.williamdashwood.nl



Karin Elfrink


Mijn werk gaat over de wereld waarin ik leef, de wereld van alledag. Het komen en gaan van beelden die ik om mij heen zie. Ruimte en tijd spelen daarin een hoofdrol. Ik bevind me midden in een ruimte, zo bevind ik me in interieurs van huizen van vrienden en in een trein op weg naar Antwerpen of onderweg in een auto. Het ergens naar toe gaan. Het zien en beleven van hetgeen om mij heen bestaat. De verbazing hoe beeldend mooi, wegen, huizen, bomen, auto’s en beweging is.

De waarneming van de vormen die om mij heen aanwezig zijn, daar gaat het om. Het ontroerd raken door werkende mensen of rijdende auto’s of een bos. Het alledaagse op mijn schilderijen laten zien. Op dit moment schilder ik bomen-bos.

Om afstand te nemen en keuzemomenten in te voeren, maak ik gebruik van de mogelijkheden van de digitale fotografie en verken ik het beeld al fotoshoppend.

In kunst & Koningsduin wil ik aan het werk zijn tijdens de presentatie. Het bos in het duin is mijn onderwerp. Mijn plan is het bos op twee grote schilderijen met olieverf te schilderen, die al voor een deel geschilderd zijn in mijn atelier. Door middel van foto’s, die ik daar maak.
Voor meer informatie over Karin Elfrink: www.karinelfrink.nl


Irene van Geest


Tikafira Pano Wani (Wij leven hier tot we sterven)

‘Tikafira Pano Wani’ werd geboren uit fascinatie voor de positie van de vrouw in verschillende culturen, door de geschiedenis heen. In dit werk refereert Irene van Geest aan zowel schrijnende als bijzondere verhalen en situaties van vrouwen wereldwijd. In hoeveelheid vergeten of opgegaan in de massa. Ontmoetingen met vrouwen in India en Afrika leidden tot een -in deze solo- verpersoonlijking van hun bestaan.
Irene van Geest (1972) volgde haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en de School voor Nieuwe Dansontwikkeling in Amsterdam(1997). Sindsdien werkt zij als danser, performer en dansadviseur samen met diverse choreografen en (mime) theatermakers in binnen- en buitenland en is docent aan de Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam. Haar eigen werk kenmerkt zich door fysieke (beeld -) transformatie en het aangaan van een dialoog met de onvoorspelbare elementen van locatie en omgeving. Abstracte vorm transformerend naar concreet verhalend.... Concrete verhalen geabstraheerd.
‘Tikafira Pano Wani’ is een performance in het moment, een beeld in beweging, een ode aan alle onzichtbaren.
Een etalage van onvergetelijke ontmoetingen;
‘Opgedragen aan de vrouwen wiens bestaan onbekend, verstopt of vergeten.... Hun verhalen individueel, universeel en tijdloos.
Over leven.’

Concept, kostuum en uitvoering: Irene van Geest
Dramaturgisch advies: Rob Vriens
Ondersteunend artistiek: Francisca Rijken.
Met bijzondere dank aan Andrew Morrish en Boris de Leeuw



Annemarie van Haeringen


Annemarie van Haeringen werd geboren in 1959 in Haarlem.
Als kind was ze extreem verlegen en een logische uitlaatklep bleek het tekenen te zijn.
De verlegenheid is minder geworden, het tekenen is gebleven.
Na de Rietveld Academie in Amsterdam is Annemarie aan de slag gegaan als tekenaar met een verschuiving naar prentenboekenmaker.
Naast het maken van prentenboeken met diverse auteurs; Rindert Kromhout, Sjoerd Kuyper en Toon Tellegen, schrijft ze ook af en toe haar eigen verhalen.
Zoals De prinses met de lange haren, Beer is op Vlinder, Het begin van de zee en De jongen die zijn brood knipte. Annemarie werd beloond met drie Gouden penselen en een Zilveren griffel.
Veel kinderen kennen haar werk ook van de boeken van Hanna Kraan over de boze heks.
Haar favoriete gebied: de Noord-Hollandse kuststreek.
Zeker na haar laatste boek Wat dansen we heerlijk van Toon Tellegen, wat zich in het bos afspeelt, verheugt ze zich om daar ‘ergens’ in het bos, grenzend aan de duinen, te zitten.

 


Philip Hopman

Philip Hopman werd in 1961 geboren als jongste zoon van een bollenboer. Zijn vader kweekte tulpen met namen als Arabian Mystery en Apricot Perrot. Hij groeide op in Egmond, pal achter de duinen, waar hij eindeloos rondzwierf en hutten bouwde. Hoewel hij nog steeds dol is op tulpen, vond hij het werk in de bollen maar niks. Het was zwaar en eentonig, en hij droomde van een bohemien bestaan in de grote stad. Zijn kans kwam toen hij in 1979 werd aangenomen op de Rietveld Academie. Hij volgde daar de illustratieafdeling en na zijn eindexamen in 1985 begon hij heel langzaam opdrachten te krijgen voor het illustreren van kinderboeken. Aanvankelijk veel taal en rekenboekjes, maar in 1988 illustreerde hij zijn eerste leesboek. Inmiddels zijn we 30 jaar verder en een kleine 200 kinderboeken,een Vlag en wimpel en een Zilveren penseel, en is Philip teruggekeerd naar zijn geboortegrond. De behoefte aan frisse lucht woog uiteindelijk zwaarder dan de vibraties van Amsterdam. In de rust van Egmond werkt hij gestaag verder aan boeken voor verschillende schrijvers, zoals Hans Hagen en Tjibbe Veldkamp. Van Annie M.G. Schmidt illustreerde hij Wiplala en Wiplala Weer.
Begin dit jaar maakte hij samen met Daan Remmerts de Vries het prentenboek voor de Kinderboekenweek, een kroontje in dit jubileumjaar.
www.philiphopman.nl

 


Chris Houtman ism Theaterwerkplaats Bergen

Hordic Walking, gratis introductiecursus

Hordic Walking is de nieuwste rage op wandelgebied. Deze explosieve looptechniek stamt van de West Groenlandse Laagland-Inuits en is gebaseerd op de sexuele energie die vrijkomt als men zich in groepsverband voortbeweegt. Hordic Walking expert Thérèse Asch van Wijck leerde deze sensationele wijze van lopen tijdens één van haar vele reizen naar de Inuits. Kenmerkend voor de techniek zijn de hijggeluiden die worden voortgebracht tijdens het lopen. Sterke armgebaren en een licht gebogen tred zorgen voor een dynamiek die onweerstaanbaar is. De gebruikte stokken completeren het geheel tot een krachtige manier van wandelen, waarbij een dermate zweverig gevoel wordt opgewekt dat zowel adrenaline als endorfine vrijkomen in het lichaam. Hordic Walking wordt het liefst uitgeoefend in de vrije natuur. De kracht van alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit, is één van de geheimen waarin Thérèse Asch van Wijck bij de Inuits werd ingewijd. Thérèse over haar speciale band met het bos: “Ik zie de natuur als een gesloten systeem van geboren worden, sexuele activiteit en doodgaan. Het is een decor dat door Hordic Walkers gebruikt mag worden om zinnenprikkelende wandelervaringen op te doen. Het enige nadeel van de Hordic Walking techniek is dat de looprichting immer rechtdoor is, hetgeen het beoefenen van onze sport in Nederlandse natuurgebieden bemoeilijkt. De veelal kronkelige paden vormen dikwijls een probleem, maar ter gelegenheid van onze introductiecursus tijdens Kunst & Koningsduin is er een speciale ontheffing van PWN verkregen waardoor we gewoon de meest rechtlijnige routes kunnen lopen. De cursus begint op het parkeerterrein, waar een warming up wordt gegeven. Later op de dag trekken we het duin in, alwaar we op onverwachte plekken onze overweldigende techniek zullen demonstreren.”
De cursus wordt gepresenteerd i.s.m. de Theaterwerkplaats Bergen en wordt eenmalig aangeboden. Deelname is geheel voor eigen risico, over eventuele blessures of psychische gevolgen kan niet worden gecorrespondeerd.


Tjitske Jansen

Tjitske Jansen schreef twee poëziebundels: Het moest maar eens gaan sneeuwen (2003), en Koerikoeloem (2007), de bundel waar zij in 2009 de Anna Bijns Prijs voor kreeg. Jansen schrijft sterk persoonlijke poëzie, af en toe anekdotisch maar vaker lichtelijk onthecht, over een nabije, intieme wereld. Het is de wereld van haar vader, moeder en broer, en huiselijk grimmige kiekjes. Alledaagse beelden die door hun toonzetting verontrustende associaties oproepen. Dankbaar put ze uit het register van het klassieke sprookje, een idioom dat wonderwel past bij de ‘er was eens’-sfeer van meisjesachtige liefheid en monsters. Blijven geloven in het wonder van de liefde ook, tegen de klippen op.

(Marja Pruis, bij de uitreiking van de Anna Bijn Prijs 2009)

De stad is nog stil.
Tegen elkaar en een muur
slapen twee fietsen.

Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen

Er was de grote boze wolf die zich afvroeg of een grote boze wolf nog wel
iets voorstelt als hij niet boos meer is.

Er was Sneeuwwitje die zei: ‘En wie heeft er bedacht dat ik nog lang en
gelukkig leefde? Gelukkig? Omdat ik met een prins mocht trouwen?

Denk je dat je daar gelukkig van wordt? Natuurlijk zei ik ja. Wat had ik
anders moeten zeggen? Had ik bij die dwergen moeten blijven?

Uit: Koerikoeloem

Tjitske Jansen heeft ge en eigen website, maar met enige regelmaat is er informatie over haar (publicaties, optredens) te vinden op de website van haar uitgever: www.uitgeverijpodium.nl


Ineke Kaagman

In het sprookje Zwaan kleef aan van Grimm vindt de jongen Domoor door een goede daad een gouden zwaan. Aan deze zwaan blijven allerlei verschillende mensen plakken. De stoet die zo ontstaat, komt langs een alsmaar huilende prinses, die hierdoor in de lach schiet. Als beloning mag Domoor met de prinses trouwen.

De begeerlijke zwaan uit het sprookje is in het educatieve kunstproject van Ineke Kaagman een prachtig, gouden waterbeest van textiel geworden. De bonte stoet mensen wordt gesymboliseerd door honderden medaillons die als een sleep aan het beeld worden gemaakt.
Zij ontwikkelde de zwaan voor het sprookjesfestival 2009 te Arnhem, voor leerlingen van basisscholen. Honderden kinderen mochten in de medaillons een stukje van henzelf achterlaten,
waarmee hun verschillende identiteiten met elkaar werden verbonden.
Speciaal voor Kunst & Koningsduin laat Ineke Kaagman deze gouden zwaan opnieuw zien en vraagt de bezoekers of zij ook willen “aankleven”. Zij krijgen een medaillon mee en mogen die tijdens hun wandeling vullen met iets persoonlijks: een stukje tekst, iets dat ze onderweg vinden, iets dat nog altijd in de handtas zat, een plukje haar enz. enz. Op het eind van de wandeling maken ze het medaillon weer vast aan de zwaan en blijven daardoor met een stukje van henzelf aan de zwaan plakken. Zo ontstaat er een symbolische stoet van wandelaars van dit duingebied aan de zwaan, een gezamenlijk kunstwerk.

Ineke Kaagman (1968) studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem. Haar werk is o.a. te zien in Museum voor Moderne Kunst Arnhem (Het Kauwgommeisje) en Het Valkhof museum te Nijmegen.
Haar werk kenmerkt zich door een vrouwelijke sensitiviteit en een herkenbare iconografische beeldtaal. De laatste jaren laat zij de toeschouwer vaak participeren in haar kunstwerken. Zij laat zich o.a. inspireren door beeldvorming van de vrouw in bv. de media, reclame, literatuur en beeldende kunst. Terugkerende thema's zijn (vrouwelijke) identiteit, seksualiteit en begeerte, kwetsbaarheid.

 

 


Kurpers-Hoek


Nedersoul

Geïnspireerd door Soul en Funk, richtte bassist Jeroen Kurpershoek zijn Nederlandstalige act Kurpers-Hoek op. Voor Kunst & Koningsduin ruilt Jeroen zijn band in voor een bescheiden trio. Hiermee speelt hij voornamelijk eigen werk, afkomstig van zijn album Vers Zweet, dat binnenkort zal verschijnen.

Marc van Hout: Gitaar
Collin Hoeve: Gitaar
Jeroen Kurpershoek: Bas en zang


Oscar Lourens

Oscar Lourens vindt het noodzakelijk dat hij de ruimte moet innemen, segmenteren, kleiner maken en meten. Met de onmetelijkheid kan hij niets. Deze is letterlijk ontoereikend. Daarom maakt hij de ruimte kleiner, hij herschept deze als het ware. Met zijn werk verkent en brengt hij in kaart. In zijn recente boek 'Possessing Space', schrijft Gerard Koek de prachtige tekst 'Oscar Lourens en de coördinaten van de beleving'. In die tekst wordt goed weergegeven waar het Lourens om gaat. 'De nauwkeurige manier waarop Oscar Lourens de door hem in kaart gebrachte werkelijkheden vertaalt naar gedepersonaliseerde grootheden als maat, ritme en volume biedt ruimte aan de beschouwer. Hij ontdoet hier de herinnering van zijn anekdotische en historische balast en geeft hem als open en toegankelijk beeld terug aan de beschouwer'.
Met zijn werk plaatst Lourens zich in de traditie van de conceptuele kunst. Met kunstenaars als On Kawara, Hanne Darboven, Stanley Brouwn als metgezellen. Zijn werk is net zo zuiver als van bovengenoemden. Het credo 'meten is weten' past zowel op het oeuvre van deze grootheden als op het werk van Lourens. Hij beantwoordt de vraag 'waar zijn we?' op een eigenzinnige manier met werken die zeer precies zijn uitgevoerd. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Alles is minutieus overwogen in constellaties die niet alleen oogstrelend zijn, maar ook de mogelijkheid bieden in een wereld terecht te komen die de indruk zou kunnen wekken van beheersbaarheid.

tekst: Loek Grootjans
fragment uit persbericht bij de tentoonstelling
'Under Construction', Locuslux Gallery, Brussel
Oscar Lourens
info@oscarlourens.nl
www.oscarlourens.nl

 

Sandra Mirabal en Jakob Klaasse

Sandra Mirabal is de eerste in Cuba cum-laude afgestudeerde klassiek klarinettiste. Zij speelde klarinet in het Orquesta Nacional de Opera y Ballet de Cuba en soloklarinet bij het Nationaal Blaasorkest van Cuba. Maakte gedurende twee jaar deel uit van het Klarinettenkwintet van Havana. Sandra maakte gedurende tien jaar als zangeres en instrumentaliste deel uit van de groep Makandal - door haar moeder, de Haïtiaanse zangeres Martha Jean-Claude, opgericht - die toernees over de hele wereld maakte en putte uit de rijke Haïtiaanse en Cubaanse muzikale folklore.
Sinds 1999 woont Sandra in Nederland. Samen met pianist Jakob Klaasse nam zij een cd op met 19de eeuwse klassieke Cubaanse muziek, 'Danzas and contradanzas from 19th century Cuba', uitgekomen op het Nederlandse label Basta. Deze cd werd in 2005 genomineerd voor een Edison.
In 2008 kwam hun 2e cd uit: 'Cadencia, songs from Haiti and Cuba', een hommage aan Martha Jean-Claude, Sandra's moeder, de Grande Dame van het Haitiaanse lied.

Begeleid door Marcos Betancourt (percussie), Randy Winterdal (bas), Martijn Baaijens (gitaar) en Jakob Klaasse (piano) zingt Sandra een selectie uit haar grote repertoire.



tekst: Loek Grootjans
fragment uit persbericht bij de tentoonstelling
'Under Construction', Locuslux Gallery, Brussel
Oscar Lourens
info@oscarlourens.nl
www.oscarlourens.nl

 

Judith Nab

Nightshot
6 minuten alleen - een installatie voor 1 bezoeker

“Wie de verbeelding aan de macht wil, zoekt naar de nacht in zijn hoofd. (…) “
Uit artikel ‘De Nacht’, Volkskrant, Martijn van Calmthout

Bij de ingang van NIGHTSHOT ligt een gebruiksaanwijzing:

1. Staat het licht op rood? Ga dan NIET naar binnen.
2. Brandt het groene lampje? Druk op de knop en wacht.
3. Neem de telefoon op en volg de instructies.
4. U ziet een stoel. Ga snel zitten!
5. Er zal u niets overkomen. Ontspan, kijk en luister.
6. Vergeet niet dat u de Black Box Corporation volledig kunt vertrouwen.

Nightshot handelt over het verblijven in het donker en de nacht van je eigen hoofd. Een camera kijkt naar buiten en registreert de buitenwereld.
Bij NIGHTSHOT kan je de camera in en kijk je naar binnen.
Judith Nab werkt aan installaties en beeldend theater, veelal zonder acteurs.

Ze gebruikt hiervoor nieuwe en oude media: optische illusies, bewegende objecten, (animatie)film, found footage samples, interviews etc. Meestal is het werk locatie specifiek. Na haar studie Beweging en Mime in Parijs richtte ze daar in 1991 met medestudenten Stichting Espace op.
In haar werk is het beeldend element altijd sterk aanwezig geweest. In de loop der jaren is de bezoeker, de mens ten opzichte van zijn omgeving, de hoofdrol gaan spelen. Afhankelijk van het project betrekt ze technici, filmmakers e.a. Ze werkt ook samen met haar vader, de schilder/tekenaar Dirck Nab.

Regelmatig realiseert ze opdrachten in verschillende Europese landen, in het bijzonder Frankrijk, België, Italië en Nederland.
Op haar website zijn beeldmateriaal, filmpjes en recensies te zien: www.judithnab.nl


JP den Tex

JP (aanvankelijk nog Jan-Piet) den Tex waagde zich in de vroege zeventiger jaren als één der eersten aan een originele Nederlandse adaptatie van Amerikaanse countryrock. Wat ze tegenwoordig “Americana” noemen, zat hem blijkbaar in het bloed… Geïnspireerd door o.a. Neil Young, The Byrds en The Band verscheen in 1971 het spraakmakende album "Little Heroes" van de Bergense groep Tortilla, waarvan behalve JP ook zijn broer Emile deel uitmaakte.
Aan het begin van de tachtiger jaren belandde Jan-Piet, inmiddels onder de naam JP, bij de platenmaatschappij van Radio Luxemburg. Daar begon zijn avontuurlijke solocarrière als singer/songwriter. Hoogtepunten zijn wellicht “A Quiet Street In Paris” (1986) en “Emotional Nomads” (1998), hoewel de albums in de lange reeks bijna altijd een hoog artistiek niveau haalden. Zijn voorlaatste album, ‘Bad French’ (2007), zou je het best kunnen omschrijven als het eerste deel van een Amerikaanse ‘reisroman in liedjes’. Muzikaal is het een bonte mengeling van popgenres en muziekstijlen die toch een eenheid blijken te kunnen vormen. Het nieuwste JP album ‘American Tune’ (2009) vormt eigenlijk het tweede deel – en tevens de emotionele climax – van zijn muzikale zwerftocht. Al kan van ‘American Tune’ ook als volledig op zichzelf staand album genoten worden. De reis voert de luisteraar van Tucson (Arizona) tot San Francisco: mogelijke Californische invloeden kunnen dan ook niet toevallig genoemd worden.
Aangemoedigd door het succes van de tour de chant met Kees Prins en Paul de Munnik “Op Weg Naar Huis” (2007) waagt JP zich de laatste tijd ook zelfstandig op het toneel van de Nederlandse theaters, en wel met een kleurrijk verslag van bovengenoemde ‘road story’. Naast een karaktervol zanger blijkt hij namelijk een boeiend verteller. Alleen bijgestaan door gitariste Yvonne Ebbers rijgt hij de bluesy liedjes van “American Tune’ aaneen met sappige, grappige en af en toe ontroerende reisfragmenten.

 

Rob Valkenburg

Rob Valkenburg is beeldend kunstenaar, filmmaker, schrijver, acteur en regisseur. Hij was theatermaker bij o.a. ‘Dogtroep’ te Amsterdam, heeft eigen producties en is docent beeldende vorming. Momenteel is hij o.a. werkzaam als Cultuurcoach voor ‘Artiance’, Centrum voor de Kunsten in Alkmaar.
“Ik heb geen etiket, ben zigeuner in verbeelding van gevoelens, altijd onderzoekend en op reis. Mijn werk is verschillend, in beweging, bij ieder soort emotie passen verschillende vertalingen. In de basis heeft alles voor mij eenzelfde oorsprong. Inspiratie haal ik uit het dagelijkse leven, ik zie, noteer en verwerk mijn indrukken en ideeën, soms driedimensionaal als object of theatervoorstelling dan weer schrijvend, in film, tekening of schilderij. Disciplines lopen grenzeloos in elkaar over.”
Voor Kunst & Koningsduin zal zijn aandacht gericht zijn op het vastleggen van de manifestatie op film.

Info: robvalkenburg@droomservice.nl
www.robvalkenburg.nl
www.youtube.com/user/droomservice

 


Eric Vloeimans

Eric Vloeimans mag gerust de beste jazztrompettist van ons land genoemd worden. Hij blinkt uit in zijn intuïtieve manier van spelen en zijn mooie fluwelen toon. Vloeimans is een uitgesproken lyricus die het avontuur niet schuwt en moeiteloos schakelt tussen subtiele kamerjazz, vrije impro, wereldmuziek, fusion & dance. Hij heeft een eigen muzikaal idioom geschapen, zijn trompetspel is eigenzinnig, origineel en emotievol. Het is zwoele, sensuele muziek, smooth and mellow, met een toon waarvoor zelfs luisteraars die niet van jazz denken te houden door de knieën gaan. Swingend is het allemaal ook nog, en perfect gespeeld – toch wordt het nergens gladde loungejazz, daar is het weer te spannend voor.
Vloeimans (1963) studeerde in 1989 met de hoogste lof af aan het Rotterdamse Conservatorium. Daarna ging hij naar New York om verder te studeren bij de trompettist Donald Byrd en te spelen in de big bands van Frank Foster en Mercer Ellington. In de laatste jaren heeft hij zich geprofileerd als musicus van internationale allure. Hij speelt met wereldmusici zoals John Taylor, Marc Johnson, Peter Erskine, Nguyên Lê, Jarmo Savolainen, Philippe Catherine, Joey Baron, Jimmy Haslip en Bugge Wesseltoft, waarbij hij voortdurend zijn veelzijdigheid demonstreert. In de internationale jazzmagazines wordt hij vergeleken met grote trompettisten als Wynton Marsalis, Chet Baker en Dave Douglas.
In 2007 ontving Vloeimans zijn 4de Edison. Dit keer voor het album Hyper dat hij maakte met zijn eigen kwartet Gatecrash (met pianist Jeroen van Vliet, bassist Gulli Gudmundsson en drummer Jasper van Hulten). Naast Edisons heeft hij ook de Boy Edgar Prijs, de Elly Ameling Prijs van de stad Rotterdam en de Bird Award van het North Sea Jazz Festival in de kast staan.

Als vervolg op de succesvolle Amerikaanse debuuttournee eind 2008 van zijn trio Fugimundi (met gitarist Anton Goudsmit en pianist Harmen Fraanje) speelde hij in de lente van 2010 opnieuw in Noord-Amerika.
www.ericvloeimans.com

 


Elly de Waard, Dichter

Elly de Waard is in Bergen geboren en groot geworden en heeft haar hele leven in deze streek gewoond. Eerst in Groet met de dichter Chris van Geel en nadien al sinds meer dan dertig jaar op ‘t Vogelwater, hier in het Provinciaal Duinterrein.
Als dichter debuteerde zij eind jaren zeventig en sindsdien verschenen er vijftien bundels van haar. De laatste, In het halogeen verscheen in 2009. Onlangs verscheen ook een bloemlezing in de populaire Rainbow essentials serie met het beste werk uit haar tot dan toe verschenen poëzie, getiteld De zon is vrouwelijk. In 1994 werd de bundel Eenzang Twee genomineerd voor de VSB-prijs. In 2003 werd het gedicht Cara verkozen tot Gedicht van het Jaar.
In haar poëzie speelt de natuur van Noord-Holland en in het bijzonder die van het duinterrein een belangrijke rol, zoals onder meer mag blijken uit het bijgevoegde gedicht.
Elly de Waard was gedurende vele jaren een vooraanstaand popcriticus, die schreef in De Volkskrant en Vrij Nederland. Zij publiceerde over poëzie, in o.a. De Volkskrant, De Revisor en Opinio. In de jaren tachtig richtte zij de Anna Bijns Stichting op waarmee zij de Anna Bijns Prijs instelde.
Zij beheert, in de Stichting Chr.J. van Geel, de nalatenschap van deze dichter en schilder.

AVOND, ZO MOET HET ZIJN

Dat er een hond blaft in de verte, op
een verre boerderij

De grond is rul, de zon
gezakt achter de heuvels
en in de stilte die nu valt
het zachte antwoordgrommen van
jouw hond
Dof wordt het licht, maar steeds
intenser in zijn krimpen
een laatste glimp blijft hangen
in de nabije, leeggeschudde halmen
zo sierlijk gepunt

En alle adem van de wind
wordt ingehouden om de blauwe
verten aan te blazen, glazen
heuvels in een steeds ander
doorschijnend, donkerder wordend
melk van blauw

ELLY DE WAARD

 


Jaap Winder

Jaap Winder begon met saxofoon spelen op 12 jarige leeftijd. En speelde op zijn 15e in zijn eerste band.
Hij studeerde saxofoon op het Conservatorium van Rotterdam. Hij kreeg daar les van o.a. Dick de Graaf, Jasper Blom, en volgde een masterclass van Michael Brecker.
Hij toerde met de Bigband door Moskou en speelde daarna in diverse formaties die wekelijks optredens verzorgen.
Jaap Winder speelde drie jaar lang in de Bigband van Peter Guidi Jazzmania. Daarin begeleidde hij talloze nationale en internationale artiesten op diverse podia waaronder het North Sea Jazzfestival. Op dit moment speelt hij met de West Coast bigband uit Den Haag.

www.saxofoonhuis.nl
info@saxofoonhuis.nl
072 5625336


--------------------------------------------------------------------------------------